“Honey, I’m home!”
Het getik van vingers op de controller van de Playstation bewijzen dat het Mortal Kombat-gevecht nog niet voorbij is. Ladytron dendert op de voorgrond, maar het geeft niet: de muziek is lekker. Onbeduidende foto’s prijken aan de muren van een huis dat niet van mij is, maar toch eigen voelt. En gelukkig maar, want over een maand is het zover, dan mag ik het over "ons" huis hebben.
Je zou bijna zeggen dat mijn moeder gelijk had toen ze zei dat ik binnen een half jaar zou samenwonen. Maar het blijft verleidelijk als dochter aan deze "wijsheden" niet toe te geven en je in allerlei bochten te wringen om te bewijzen dat je ouders geen gelijk hebben. Daarom hou ik me vast aan de gedachte dat we tegen die tijd toch "al" zeven maanden samen zijn.
Halsstarrig probeer ik reacties te ontlokken bij vrienden en familie die aantonen hoe snel ze het allemaal wel vinden. Het lukt niet. Menig respons kwam neer op "Hè, hè!" en "Tja, je wordt er ook niet jonger op." Zo, daar moet je het maar mee doen.
Voor mij is het in ieder geval een enorme stap, waarvan ik nog niet weet of ik het eng vind of dat ik er naar uit kijk. De tijd zal het leren. Tot die tijd kijk ik rustig nog eens naar de teak-houten meubels en de wand vol cd’s, plannetjes beramend hoe ik stukje bij beetje mijn eigen ziel erin breng en ik kan zeggen: "Ik ben thuis."
